Ecorys brengt in opdracht van het ministerie van OCW flexibele arbeid in het primair en voortgezet onderwijs in kaart

Opdrachtgever: 

Ministerie van OCW

Status: 

afgerond

Jaar: 

2014

In 2014 heeft Ecorys een onderzoek uitgevoerd naar de omvang en ontwikkeling van flexibele vormen in de sectoren po en vo. Het onderzoek laat zien dat binnen het primair en voortgezet onderwijs naar schatting ruim 90 procent van het totaal aantal werknemers tot de vaste kern behoort: werknemers met een vast contract of een tijdelijk contract met uitzicht op vast.

Daarnaast maken beide sectoren gebruik van flexibele contractvormen. Als het gaat om flexibele contractvormen wordt er binnen het primair en voortgezet onderwijs met name gebruik gemaakt van tijdelijke contracten zonder uitzicht op vast en payrollcontracten. In het primair onderwijs komen daarnaast detacheringen relatief vaak voor. In beide sectoren valt ongeveer 3 procent van het totaal aantal werkenden buiten de werkingssfeer van de cao omdat ze zijn aangesteld via derden of  zzp-constructies.

Alhoewel het aandeel (tijdelijk met uitzicht op) vaste contracten relatief hoog is in het po en vo, geeft ongeveer vier op de tien van de besturen aan dat dit aandeel gedaald is in de afgelopen vijf jaar (zie onderstaande figuren). De belangrijkste oorzaken van deze daling zijn de afname van het aantal leerlingen en de daarmee gepaard gaande terugloop in de bekostiging. Vergeleken met de andere flexibele contractvormen, geven besturen in het primair onderwijs vaak aan dat payrolling en tijdelijke contracten zonder uitzicht op vast zijn toegenomen. De besturen willen hiermee inspelen op de (verwachte) afname van het aantal leerlingen.

Ontwikkeling contractvormen in de afgelopen 5 jaar: primair onderwijs

Ontwikkeling contractvormen in de afgelopen 5 jaar: voortgezet onderwijs

Besturen in het primair en voortgezet onderwijs geven aan geen verschil te zien tussen flexibele en vaste krachten als het gaat om prestaties of kwaliteit van het onderwijs. Wel vinden zij dat flexibele krachten minder binding hebben met de organisatie en zich minder betrokken voelen bij de leerlingen dan vaste krachten. Werknemers zelf ervaren wel verschil in kwaliteit. Zij benoemen daarbij het gebrek aan continuïteit voor de klas, de belasting voor het vaste personeel (steeds opnieuw moeten inwerken van tijdelijke krachten) en de gebrekkige binding als negatieve effecten van flexibele contracten voor het onderwijs. Daarnaast benoemen zij ook negatieve effecten voor externe flexibele krachten zelf,  zoals het niet doorbetaald krijgen tijdens ziekte en verlof en de beperkte baanzekerheid.

Case study: 

Arbeidsmarkt